De vijgenbladige stokroos (Alcea ficifolia) onderscheidt zich door haar ruwe, diep gelobde bladeren. De rechtopstaande bloemstengels worden doorgaans 1,5 tot 2 meter hoog en dragen van juli tot september grote, meestal enkelvoudige bloemen. Bij zaadvermeerderde planten kan de bloemkleur variëren.
Deze stokroos is minder gevoelig voor stokroosroest dan de gewone stokroos, al kan aantasting nog steeds voorkomen. Een zonnige, luchtige standplaats helpt het blad gezond te houden. Door de forse hoogte staan de bloemstengels het best tegen een muur of op een andere beschutte plaats. Op een open, winderige plek kan ondersteuning nodig zijn.
Alcea ficifolia groeit goed in een diepe, goed doorlatende bodem en verdraagt droge of stenige grond zodra de plant voldoende is ingeworteld. Blijvend natte grond is minder geschikt. De plant vormt een diepe hoofdwortel en wordt daarom bij voorkeur niet meer verplant zodra hij goed ontwikkeld is.
De vijgenbladige stokroos gedraagt zich doorgaans als een kortlevende vaste plant. Wie de uitgebloeide stengels laat staan, geeft de plant gelegenheid zich uit te zaaien. Verwijder de stengels na de bloei wanneer spontane zaailingen niet gewenst zijn.