De westerse levensboom Thuja occidentalis 'Fire Chief' groeit langzaam en vormt zonder regelmatige vormsnoei een dichte, vrijwel bolronde struik. De plant wordt uiteindelijk ongeveer 1 meter hoog en breed, afhankelijk van bodem en standplaats.
Het fijne, schubvormige loof is groen tot geelgroen tijdens het groeiseizoen. Vanaf het najaar verschijnen warme koperrode tot roodbruine tinten, die tijdens koude perioden het duidelijkst zichtbaar zijn. Het loof blijft in de winter aan de plant.
'Fire Chief' groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw. Een zonnige plaats bevordert doorgaans de seizoensverkleuring. Kies een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Langdurige droogte kan bruine twijgen veroorzaken, terwijl blijvend natte grond het wortelgestel schaadt.
Door de trage groei en compacte vorm past deze dwergconifeer in kleine borders, rotstuinen en grote plantenbakken. Snoei is gewoonlijk niet nodig. Uitstekende scheuten kunnen licht worden bijgeknipt, maar snoei niet terug tot in oud, kaal hout.