De veelbloemige roos (Rosa multiflora) groeit uit tot een brede, krachtige struik met lange, boogvormig overhangende takken. Zonder ondersteuning vormt ze een losse struik van enkele meters hoog en breed; tegen een stevige constructie kunnen de takken als klimroos worden geleid.
In juni verschijnen grote, losse trossen met talrijke kleine, enkelvoudige witte bloemen en opvallende gele meeldraden. De bloemen geuren en leveren stuifmeel en nectar aan bijen en andere insecten. Deze soortroos bloeit eenmaal per jaar. In de nazomer ontwikkelen zich trosjes met kleine bottels die rood tot oranjerood verkleuren.
Een zonnige standplaats geeft de rijkste bloei, maar halfschaduw wordt verdragen. De bodem moet bij voorkeur doorlatend zijn en mag niet langdurig nat blijven. Door haar krachtige, brede groei past deze roos vooral in ruime tuinen, natuurlijke beplantingen en losse hagen.
Snoei is hoofdzakelijk nodig om de omvang te beperken of oude takken te verwijderen. Omdat de bloemen op ouder hout verschijnen, gebeurt een eventuele vormsnoei het best kort na de bloei. Jaarlijks sterk terugsnoeien in de winter vermindert de bloei in het daaropvolgende seizoen.