Bonte kalmoes (Acorus calamus 'Variegatus') onderscheidt zich door zijn smalle, zwaardvormige bladeren met groene en crèmewitte lengtestrepen. De rechtopstaande bladeren vormen dichte pollen en worden doorgaans 60 tot 90 cm hoog. Bij kneuzing verspreidt het blad een kruidige, aromatische geur.
In juni en juli kunnen groenachtige, kolfvormige bloeiwijzen verschijnen. Ze vallen minder op dan het bonte blad, dat de belangrijkste sierwaarde van deze cultivar vormt. Het loof sterft tijdens koude winters grotendeels af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Standplaats en gebruik
Acorus calamus 'Variegatus' groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een voortdurend vochtige tot natte bodem. De plant is geschikt voor moeraszones, natte oevers en ondiepe delen van een vijver. Gewone tuingrond die in de zomer regelmatig uitdroogt, is minder geschikt.
De plant breidt zich uit met wortelstokken. Wanneer een pol te breed wordt, kan hij in het voorjaar worden opgenomen en gedeeld. Oud of beschadigd blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd voordat de nieuwe scheuten verschijnen.