CEDRUS LIBANI
Libanonceder. Groot wordende conifeer die eerst piramidaal opgroeiend is, nadien afgeplat en in etages groeiend met horizontaal afstaande takken. Blad: naalden staan met 20 - 40 tesamen in bundels, donkergroen en tussen de 0.7 en 3 cm lang. Duidelijk korter en steviger dan andere soorten ceders. Bloei: onopvallend. Vrucht: alleenstaande grijsgroene kegels die 5 - 12 cm hoog zijn en 4 - 6 cm breed. Kort gesteeld en naar bruin verkleurend bij rijping. Kan op alle goed doorlaatbare gronden. Kan vrij goed tegen droogte. Verkiest een standplaats in de volle zon. Vanwege zijn omvang enkel in parken te gebruiken. Wordt op latere leeftijd soms breder dan hoog.